Musa betekent 'muze'. Het is een prachtig en poëtisch woord dat verwijst naar een inspiratiebron, vaak in artistieke zin.
In dit lied zingt Andrea Bocelli over de muziek als zijn muze, de drijvende kracht achter zijn leven en passie. Het is een elegant woord dat de diepe verbinding tussen de zanger en zijn kunstvorm benadrukt.
Op het eerste gehoor denk je misschien dat Andrea Bocelli en Giorgia zingen over een mysterieuze vrouw die hun hart heeft gestolen. Maar luister goed naar de tekst: die mysterieuze 'lei' (haar) is geen mens, maar de muziek zelf! Andrea zingt dat hij leeft voor haar sinds de eerste ontmoeting ('La prima volta l'ho incontrata', de eerste keer dat ik haar ontmoette). Giorgia stelt iedereen meteen gerust dat niemand jaloers hoeft te zijn ('E tu non esserne geloso'), want muziek is er voor iedereen die haar nodig heeft. Ze noemen haar een muze die je uitnodigt om haar met je vingers aan te raken via een piano ('Attraverso un pianoforte'), en zelfs iets simpels als een stereo op een eenzame slaapkamer brengt al troost.
Wat dit duet zo mooi maakt, is dat ze de muziek beschrijven als een intense relatie vol ups en downs. Soms voelt een melodie als een klap tegen je hoofd ('È un pugno che non fa mai male', het is een klap die nooit pijn doet). Het laat hen van stad naar stad reizen en brengt soms verdriet, maar via hun stemmen verspreidt die passie zich weer naar het publiek. Tegen het einde maakt Bocelli het heel helder: hij heeft geen andere uitweg meer, want hij heeft de muziek simpelweg nog nooit bedrogen ('Perché la musica lo sai / Davvero non l'ho mai tradita'). Zelfs als hij nog een leven zou krijgen, zou hij het weer helemaal aan haar geven.